Willem van der Lugt
Geboren: 06-09-1835 te Vlaardingen
Gehuwd: Met Jacoba Mosterd Geb. 14-02-1843 te Vlaardingen, overleden 06-07-1906 te 's-Gravenhage
Overleden: 26-05-1903 te 's-Gravenhage
 
Willem werd als 7-jarig kind samen met twee zussen en een broer in de koloniën der maatschappij van Weldadigheid geplaatst. De reden hiervoor is vooralsnog niet bekend, daarover is nog niets gevonden in de archieven van Drenthe en Vlaardingen. De begeleider bij het transport van de kinderen was een met verlof zijnde weduwe uit de koloniën.
 
Willem van der Lugt is in Maart 1850 ingekomen en vertrokken op 19 Juni 1853 vanwege een aanstelling in de inlandse zeedienst, het betreft hier de tweede plaatsing, de eerste plaatsing was als 7-jarige jongen in 1842 met broer en zussen. Willem is nu bijna 18 jaar. Van Willem is inmiddels bekend dat hij in zeedienst heeft gediend, hiervan zijn militieregisters gevonden, helaas is de kwaliteit van de foto's dermate slecht dat ik hiervan geen afdruk heb geplaatst, ik hoop deze in de toekomst wel weer opnieuw aan te komen. De militieregisters geven weinig informatie, het betreft alleen de inschrijving van Willem in militaire dienst. Gezien de leeftijd bij het verlaten van de koloniën voor een betrekking in de inlandse zeedienst, zou dit te maken kunnen hebben met de militaire dienst.
 
Willem had het niet makkelijk, vanaf zijn 7e jaar is hij opgenomen geweest in kolonie 1 te Frederiksoord, een kolonie voor de minder bedeelden, de armste van de samenleving. Kinderen van 5 tot 12 jaar volgden verplicht 5 dagen per week onderwijs. Boven de 12 jaar was men verplicht, respectievelijk drie- of tweemaal per week de avondschool te bezoeken. De moeder van Willem stierf toen hij 5 maanden oud was, zijn vader overleed toen Willem 17 jaar en 8,5 maanden was. Het was dus niet zo verwonderlijk dat deze kinderen in de koloniën werden opgenomen, mogelijk was vader niet in staat voor de kinderen te zorgen. Willem werd gevraagd of beter gezegd, geronseld, men had vaak geen andere keuze dan dienst te gaan doen bij de zeedienst. De degradaties in rang waren legio en kwamen om het geringste voor.
 
Hier volgt een overzicht van de verschillende plaatsingen;
17-04-1848 Willem is ontslagen uit kolonie I te Frederiksoord
24-03-1850 weer opgenomen in kolonie II te Wilhelminaoord
19-06-1853 ontslagen uit kolonie II
20-06-1853 als jongen in zeedienst getreden,
05-08-1853 tot 04-03-1854 in de Middellandse zee,
02-02-1854 Willem wordt opgenomen in het 22e militiekanton van Vlaardingen,
06-07-1854 tot 06-03-1858 in Oost Indien geweest.
01-01-1857 hofmeester
06-03-1858 op verzoek ontslagen uit zeedienst als matroos 3e kl.,
15-12-1858 weer in zeedienst getreden voor 5 jaar, (Zie volgende tekst)
10-03-1860 tot 08-10-1863 in Oost indien geweest,
19-12-1860 tot 27-12-1860 en van
30-12-1860 tot 03-02-1861 tegenwoordig geweest bij de expeditie tegen de zeerovers op 't eiland Sailoos,
01-04-1862 hofmeester der officieren,
04-02-1863 voor onbepaalde tijd gedegradeerd tot matroos 3e kl.,
21-05-1864 wegens volbrachten diensttijd uit Zr. MS zeedienst ontslagen,
 
Willem van der Lugt, bekend als 3081 in het stamboek marinepersoneel 1812-1914
We gaan even inzoomen op de 5 jaar diensttijd dat hij diende op het schroefstoomschip "Reinier Claeszen".
 
Willem wordt hier voorgesteld als:
3081, zoon van Dirk [van der Lugt] en Agatha Hoogendijk, beiden overleden. Geboren te Vlaardingen den 6 september 1835 laatst gewoond te Vlaardingen. Het is niet mis te verstaan dat we hier spreken over dezelfde "Willem".
 
Wanneer en waar in dienst gekomen, en voorwaarde der verbintenis.
In dienst den 15 December 1858, aangenomen te Rotterdam als Matroos 3e klasse voor den tijd van vijf jaren voor de rol van Zr. Ms. Vrachtschip te Hellevoetsluis, premie =, aanbrenggeld =.
"Bovenstaande verbintenis vervallen door zijne bevordering tot hofmeester, diensttijd alsnu onbepaa
 
Overplaatsingen
Van 20 - 30 Decb. 1858 ged. Op het kofschip voor Rotterdam
15 Augustus 1859 op schroefstoomschip Reinier Claeszen
22 septbr 1863 Hs (slecht leesbaar) Batavia
30 Septbr 1863 ged: op (slecht leesbaar)
8 October 1863 aangemonsterd op het part: schip Watergeus
Den 21 Mei 1864 wegens volbragten diensttijd uit Zr. Ms Zeedienst ontslagen Res dd 25 Mei 1864 No 28
 
Bevorderingen.
1 April 1862 Hofmeester der officieren
4 Februarij 1863 voor onbepaalden tijd gedegradeerd tot matroos 3e klasse
 
Vorige diensten.
In dienst 20 junij 1853 als jongen op vrachtschip Will: Oord.
1 augustus 1853 op freg: Prins v. Oranje
26 febr: 1854 Stoomschip Soembing
1 nov: 1854 ligt matroos.
1 oct: 1855 Stoomschip Gedeh.
1 dec: 1855 Korvet Boreas
1 jan: 1856 Matroos 3e kl:
1 jan 1857 Hofmeestr Kommandt
16 Augs 1857 op verzoek ontslagen
Repatrieert Koopv. Schip Adriana Petronella (: rolle Palembang)
6 maart 1858 uit dienst
 
Van 19 tot 24 december 1860 tegenwoordig geweest bij de expeditie tegen de zeerovers op't eiland Sailoos, en van 30 decbr 1860 tot 3 februarij 1861
 
Gedane reizen
5 Augustus 1853 tot 11 Maart 1854 in Middell: Zee
Van 6 Julij 1854 tot 6 maart 1858 in Oost Indien
Van 10 Maart 1860 tot 8 October 1863 in Oost Indien
Heeft in Mei en Junij 1863 aan de expeditie tegen Zuid Nias en Leulowaoe deelgenomen en is toen van 26 Mei 1863 tot 11 Junij 1863 gedebarkeerd te Lagoendei en van 15 tot 20 Junij 1863 te Seroemboe
* Heeft de expeditie tegen de zeerovers op Sailoos in December 1860 en Januarij 1861 bijgewoond.
 
Aanmerkingen
Bronzen Medaille Res dd 25 Mei 1864 No 28
Overgenomen teksten zijn in blauw weergegeven.
 
26 december 1860
Willem heeft in december 1860 en Januari 1861 dienstgedaan op de Reinier Cleaszen onder leiding van Luitenant-ter-zee der eerste klasse I.P.M. Willinck. Onderstaand verhaal is een deel van het gehele verhaal uit het marineblad van mei 2007.
De navolgende tekst is overgenomen uit het marineblad van mei 2007:
 
De Reinier Claeszen keerde op 26 december op de rede van Makassar terug. Daar was juist het raderstoomschip Zr. Ms. Gedeh vanuit Banda gearriveerd. Er ging geen tijd verloren. Aan boord embarkeerde een detachement mariniers van het op de rede liggende raderstoomschip Phoenix, een bejaard vaartuig dat ongeschikt werd geacht voor de expeditie. De volgende dag al [27 dec 1860] koos Willinck het ruime sop en voer andermaal langs de noordkust van Soembawa richting Sailoos. De Gedeh, onder commandant kapitein-luitenant-ter-zee A.F. Siedenburg, volgde 24 uur later [28 dec 1860] via een snellere route, rechtstreeks langs de Postiljoneilanden. Eenmaal aangekomen bij Sailoos, stoomde de Reinier Claeszen op naar de oostzijde; de Gedeh ankerde om de noordwesthoek van het eiland. Door het onregelmatig afwerpen van granaten werd de rovers geen rust gegund. Op oude- en nieuwjaarsdag werden meer dan honderd man aan wal gebracht. Er was echter geen zeerover meer te bekennen. De Europeanen voelden zich landinwaarts als vliegen in een web. Siedenburg zond Willinck naar Bima om koelies te werven voor het kappen van het dichte struikgewas. Op 6 januari keerde de Reinier Claeszen terug met het barkschip Gouverneur Schaap en een kruisboot van radja Bitjara van Bima op sleeptouw. Nadat ruim honderd Bimanezen waren ontscheept op de Gedeh, vertrok de Reinier Claeszen met de bark opnieuw naar Bima om extra voorraden en manschappen te halen. Ondertussen was er dagelijks druk verkeer tussen de Gedeh en de wal. Siedenburg, een ervaren marineofficier die in 1857 gelauwerd was met de Militaire Willems-Orde voor zijn krijgsverrichtingen op Borneo, wachtte met het offensief tot de extra hulptroepen waren gearriveerd, tot een totaal van driehonderd. In rap tempo kapten zij het eiland kaal. De rovers werden steeds verder in het nauw gedreven. De een na de ander gaf zich nu over. Slechts een handjevol zeerovers bleef zich onder aanvoering van Bapana Garoeda hardnekkig verzetten. Op 21 januari, bijna een maand na het eerste treffen, was de strijd beslecht. Zo'n vijftig rovers, tezamen met bijna negentig vrouwen en kinderen, werden aan boord van de zojuist aangekomen Phoenix gebracht. Tevens embarkeerden achttien bevrijde slaven. Het raderstoomschip had een extra lading kolen aangevoerd en keerde onmiddellijk terug naar Makassar. Op 3 februari verlieten ook de Gedeh en de Reinier Claeszen de Paternostereilanden. De zeeroof was in deze regio een gevoelige slag toegebracht, want na de expeditie werden hier op korte termijn geen grote groepen zeeroversbenden meer waargenomen. De expeditie naar Sailoos is slechts één voorbeeld van de operationele inzet van Nederlandse marineschepen ter bestrijding van zeeroof in de Indische archipel. (Bron: marineblad mei juni 2007)
 
Willem had ondanks zijn moeilijke jeugd en het onvoorspelbare karakter van bevorderen/degraderen in zeedienst toch nog een behoorlijke staat van dienst. Hij heeft veel van de wereld gezien en heeft gevochten tegen de zeerovers in de Indische Archipel. Willem is tevens gedecoreerd met een bronzen medaille, dit is een onderscheidingsteken voor langdurige, eerlijke en trouwe dienst en is ingesteld bij koninklijk besluit van 19 februari 1825 voor militairen, beneden de rang van officier, dienende bij het Nederlandse- of het Nederlands-Indische leger.
 
Onderstaand, onder de bronvermeldingen ziet u een schilderij waarop het schroefstoomschip Reinier Claeszen is afgebeeld, het was een schroefstoomschip waarop Wilem dienst heeft gedaan.
 
 
 
 
Bronvermeldingen
Drents Archief te Drenthe, Inschrijfregisters MvW/RWI
Deel: -, Onbekend, archief -, inventarisnummer -, Kolonisten, aktenummer 10161, folio B4_Blz46
 
Bronvermelding (Huwelijk)
Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Huwelijk
Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, 's-Gravenhage, archief 335-01, inventarisnummer 755, 03-05-1899, Huwelijksakten Den Haag, aktenummer 422
 
Bronvermelding (overlijden)
Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Overlijden
Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente 's-Gravenhage, 's-Gravenhage, archief 335-01, inventarisnummer 1426, 28-05-1903, Overlijdensakten Den Haag, aktenummer 1535
https://www.vdlugt.eu
https://www.vdlugt.eu
https://www.vdlugt.eu